Text

Zowel in mijn tweedimensionale als in mijn driedimensionale werk creëer ik geïsoleerde werelden zonder in- of uitgang, gemaakt om te observeren of om vanuit geobserveerd te worden. Mijn werk is gemaakt om een transparante laag om zich heen te trekken waar een toeschouwer wel doorheen kan kijken maar die nooit echt te betreden is. Dat is ook waar ik door gefascineerd wordt; grenzen, afsluitingen, omheiningen, stelsels en de ruimtes daarbinnen. Deze ruimtes zijn zowel in het natuurlijke landschap te vinden als in de steden en architectuur. Soms zijn zij ontstaan en soms zijn zij bewust gebouwd.

Meestal speelt het contrast tussen het natuurlijke en het kunstmatige een rol in mijn werk, vaak met betrekking tot het al dan niet door mensen beïnvloede landschap. Evenals de vaak absurdistische vormgeving van dieren en de rol van mensen in dat proces. Mijn universums worden alleen bevolkt door dieren (die vaak hun uiterlijke verschijning te danken hebben aan mensen omdat zij op hun uiterlijke kenmerken gefokt zijn). Ik schep zo mijn eigen wereld met mijn eigen dieren daarin, soms zijn zij er op hun plaats en soms bewust niet. Ik perfectioneer het landschap en leg zo de nadruk op de scheppingsdrang van de mens in het algemeen.

Enerzijds creëer ik een voor het oog vaak aantrekkelijke wereld , anderzijds leg ik, wanneer men beter kijkt de nadruk op de valse en vaak misleidende bewegingsvrijheid van mensen (en dieren). Op een manier zoals een dierentuindirecteur zijn park inricht. Gebaseerd op optimale observatie tussen mens en dier, tussen publiek en bezichtigingplaats. Dieren op een paar meter van elkaar plaatsend die normaal gesproken door oceanen van elkaar gescheiden zijn. Rekening houdend met de vormgeving van de paden, de loop- en kijkroutes, de inrichting van de kooien. Kortom de complete nabootsing van de werkelijkheid naar menselijke ideeën. Ik creëer in mijn werk werelden binnen wereld binnen werelden zoals een kooi in een dierentuin, een cel in een gevangenis en een grot in een berg. Het mag de illusie wekken van een gefakete waarheid binnen een wereld van realiteit. Maar de vraag is of mijn kunstmatige universums wel zo veel verschillen van de werkelijkheid? Dierentuinen lijken in feite op onze steden en onze beschermde landschappen, net zoals mijn beelden en collages refereren aan de werkelijkheid. Zijn wij niet altijd omringd door muren, buizenstelsels, netwerken van wegen, grenzen en beveiligingscamera’s? En is het niet ironisch dat de plaatsen die wij als het meest veilig beschouwen ook de meest afgesloten plaatsen zijn?

Mijn landschap bestaat niet zonder bergen, heuvels of glooiing; zij symboliseren voor mij dit gemengde gevoel van   zowel isolatie als een vervreemdend gevoel van vrijheid en vormen een natuurlijke scheiding tussen verschillende universums.

Mijn tweedimensionale werk bestaat uit collages en tekeningen en vaak aan architectuur gerelateerde objecten die soms als ontwerp dienen voor mijn driedimensionale werk maar als op zich staande tekening beginnen. Materiaal voor mijn collages haal ik uit boeken, tijdschriften en eigen gemaakte foto’s. En (bewerkte) foto’s vaak gericht op het landschap en de dierenwereld. Mijn driedimensionale werk bestaat uit beelden en installaties van uiteenlopende materialen; van wc papier tot pvc buizen en van transparant plastic tot piepschuim. Ook binnen mijn materiaalkeuze en kleurgebruik zoek ik naar de grenzen tussen kunstmatigheid en natuurlijkheid. Mijn beelden kenmerken zich door het contrast tussen de enerzijds bijna komische, en anderzijds harde serieuze uitstraling die ervan uitgaat.
————————————
Sanne van Gent